Naar de bakker.

 

Gisteren gingen we met 3 auto’s naar de molen in Oerle. We vonden het wel een beetje spannend.

Toen we in Oerle aankwamen stond de molenaar al op ons te wachten. Hij vertelde eerst iets over de molen. Die is aan de onderkant van steen gemaakt en aan de bovenkant van riet. Hij is heel hoog en heeft grote wieken. We waren erg onder de indruk.

 

De molenaar nodigde ons uit om in de molen te gaan. Daar moesten we wel 3 smalle trapjes op klimmen en dat konden we allemaal goed, maar het was wel een beetje spannend.

 

Op deze verdieping wordt de tarwe gemalen tussen twee grote molenstenen. De tarwe wordt aan een ketting in zakken naar boven gehesen. Wij mochten allemaal aan het touw trekken waar dat mee gedaan werd. 
 
Die molensteen weegt meer dan 1000 kilo en dat is net zo zwaar als een vrachtwagen. En wij konden die allemaal optillen door aan een touw te trekken. Sterk zijn wij zeg!!

De steen draait rond en maakt de tarwekorrels klein, en zo krijg je meel. En als je het meel dan nog zeeft, gaan de vliesjes eruit en dan heb je bloem. We mochten voelen aan het meel en de bloem en dat is heel zacht poeder.

De molenaar vertelde ook dat je van meel, bruine boterhammen maakt en van bloem witte boterhammen. De meeste kinderen vonden wit het lekkerst.

 

Daarna moesten we over het smalle trapje 1 verdieping naar beneden, ook dit vonden de meeste van ons best spannend, maar met hulp van de molenaar en de juffen lukte het prima.

Op deze verdieping konden we naar buiten op een soort balkon en daar konden we naar de wieken lopen. Maar eerst moest de molenaar de wieken vastmaken, anders is het te gevaarlijk. We vonden het wel een beetje eng, want het was heel hoog, maar we konden de wieken goed zien en die zijn me toch lang.

 

We hebben nog een zakje meel gekocht bij de molenaar om op school brood te bakken. Dat wordt smullen.

 
 

Naar de bakker

 

 

 

We gingen naar de bakker in Middelbeers.

We stonden voor de etalage te kijken naar de lekkere taarten toen de bakker ons al tegemoet kwam. Hij heette Bakker Ton.

Hij zei dat er wel gewerkt moest worden en daarom kregen we allemaal een sloofje aan. Het deeg lag al klaar.

Ton  legde de deeglap in een machine en toen moesten we heel hard Hocus Pocus Pas roepen. De grote deeglap was opeens veranderd in heel veel kleine bolletjes.
 

Ieder kreeg 4 bolletjes om te versieren. Ton liet zien hoe je een vlinder kon maken en zijn assistente maakte een vlechtje. Wij deden krentjes, rozijnen en allerlei zaadjes op het bolletje.

Daarna moest het in de rijskast. We mochten er allemaal even in om te voelen hoe warm het daarin was. Daarin moesten de bolletjes rijzen en wij konden ondertussen even uitrusten. Ton trakteerde op limonade met een Beers Strijkertje, een heel lekker gevuld krentenbolletje.

Toen waren de bolletjes genoeg gerezen en  mochten ze in de oven: daarin was het heel warm en wij mochten daar natuurlijk niet in . Alleen de broodjes.

 
Terwijl de broodjes bruin bakten in de oven gingen wij een taart versieren. Ieder kreeg een eierkoek en mocht daar zoveel versieringen op doen als hij wilde. Er waren nootjes, koffieboontjes, hartjes, chocoladesnippers, confettisnippers en nog meer.

We hebben prachtige taarten gemaakt en de versieringen die  over waren mochten we van Ton helemaal op snoepen.

Daarna gingen we kijken of de broodjes al bruin waren.

We moesten tot 20 tellen en daar ging de zoemer: de broodjes mochten er uit. Wat rook dat lekker en wat zagen ze er prachtig uit !

En alles wat we gemaakt hadden mocht natuurlijk mee naar huis om  thuis lekker op te smikkelen.

Wat was het gezellig bij Ton in de bakkerij en wat hebben we er veel geleerd. Bedankt Ton!!

 

 

Voor we weer met de auto’s terug naar school gingen, gingen we eerst nog op een terrasje de boterhammen op eten.

Maar sommige kinderen hadden bij de bakker al zoveel gesnoept dat de boterhammen er niet meer bij konden.

Het drankje wel, want je krijgt wel dorst van het werken in de bakkerij!